De Amerikaanse computerwetenschapper Robert Taylor is op 85-jarige leeftijd overleden. Robert was één van de grondleggers van de moderne computers.
Carrière en prestaties
Robert werkte vanaf 1962 voor de NASA. Hij kwam in contact met meerdere computerwetenschappers zoals J.C.R. Licklider en Douglas Engelbart. Robert zorgde ervoor dat de opleiding van Douglas Engelbart werd gefinancierd om onderzoek te doen naar de mogelijkheden van de interactie tussen computers en mensen. Deze studie leidde tot de ontwikkeling van de computermuis.
In het jaar 1965 ging Robert werken voor het Advanced Research Projects Agency (ARPA), waar hij verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van het ARPANET. Dit was het eerste operationele computernetwerk en is de voorloper van het internet geweest. In het jaar 1970 trad Robert in dienst van Xerox, hier werkte hij mee aan de ontwikkeling van de Xerox Alto met de eerste grafische gebruikersomgeving en Ethernet. Hij heeft ook nog dertien jaar voor Digital Equipment Corporation (DEC) gewerkt.
Robert kreeg in 1999 een onderscheiding National Medal of Technology and Innovation, voor het leiderschap bij de ontwikkeling van vele moderne computerwetenschappen. In 2004 kreeg hij samen met een aantal voormalige Xerox collega’s de Charles Stark Draper Prize voor zijn werk aan de Xerox Alto.
Waaraan is Robert Taylor overleden?
De ziekte van Parkinson is een chronische aandoening van het zenuwstelsel waarbij bepaalde zenuwcellen in de hersenen langzaam afsterven. Het gaat hierbij om de cellen die dopamine aanmaken, een stof die een belangrijke rol speelt bij het aansturen van bewegingen. Door het tekort aan dopamine ontstaan de kenmerkende symptomen: trillen (met name in rust), stijfheid van spieren, trage bewegingen en evenwichtsproblemen.
De precieze oorzaak van de ziekte is nog niet volledig bekend. Waarschijnlijk spelen een combinatie van erfelijke aanleg en omgevingsfactoren een rol. De aandoening ontwikkelt zich geleidelijk en de klachten nemen doorgaans in de loop van jaren langzaam toe. Naast de motorische verschijnselen kunnen ook niet-motorische klachten optreden, zoals vermoeidheid, slaapproblemen en cognitieve veranderingen.
De ziekte van Parkinson is de op één na meest voorkomende neurodegeneratieve aandoening ter wereld, na de ziekte van Alzheimer. Wereldwijd leven naar schatting meer dan tien miljoen mensen met deze diagnose. De ziekte treft vaker mannen dan vrouwen en wordt meestal vastgesteld na het zestigste levensjaar, hoewel jongere mensen ook kunnen worden getroffen. Er bestaat nog geen genezing, maar medicijnen en therapieën kunnen de symptomen verlichten en de kwaliteit van leven verbeteren.





